FAQ

FAQ lijst geeft duidelijkheid over adviseren betalingsbescherming.
Tijdens Cardif’s bijeenkomsten over betalingsbescherming heeft Jurjen Oosterbaan van Bureau D&O antwoord gegeven op allerlei vragen aangaande passend adviseren van betalingsbescherming.


Op grond van de Wft bestaat er geen verplichting om de consument, die een advies van een financieel dienstverlener niet wenst op te volgen, te verplichten een schriftelijke afstandsverklaring te laten ondertekenen. Vanuit de Wft is het voldoende indien de financieel dienstverlener aannemelijk kan maken dat hij de klant heeft gewezen dat deze afwijkt van het advies van de financieel dienstverlener en heeft gewezen op de consequenties van deze afwijzing. Indien de adviseur oprecht meent dat de klant er verstandig aan doet om een betalingsbeschermer af te sluiten en de klant aangeeft dit niet te willen is er dus een afwijking van het advies. Vanuit het oogpunt van beperking van de privaatrechtelijke aansprakelijkheid van de adviseur verdient het wel aanbeveling om over een schriftelijk stuk te beschikken, waarin de klant aangeeft zich bewust te zijn dat hij afwijkt van het advies van de adviseur. D & O heeft hiervoor door een advocaat een document laten opstellen dat u kunt bestellen op de site van D & O.


Het juiste maandbedrag is het resultaat van een uitgebreide analyse van de inkomsten, uitgaven, vermogen. Zowel ten tijde van het afsluiten van de verzekering als voor zover voorzienbaar gedurende de looptijd van de hypotheek. Maar ook gelet op de al bestaande private en sociale voorzieningen. Feitelijk is dit nu juist de uitkomst van het doorlopen van het wettelijk adviestraject. Het antwoord is dus niet een rekentrucje maar maatwerk. Daarom is financieel advies ook zo een mooi vak. Juist omdat u zich altijd mag verdiepen in de individuele wensen en situatie van individuele klanten die op uw deskundigheid vertrouwen.


Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de AFM opeens minder eisen zal gaan stellen aan de kwaliteit van advisering. Naar verwachting zal de AFM zeer veel aandacht blijven besteden aan het bestrijden van adviezen die leiden tot overkreditering alsmede aan het bestrijden van bovenmatige beloningen.


Belangrijk is dat er alleen maar een betalingsbeschermer wordt geadviseerd waar de klant er daadwerkelijk behoefte aan heeft. Daarbij zal de AFM ook erop letten dat er niet meer verzekerd wordt dan noodzakelijk is. Dit vereist een grondige inventarisatie. Ook zien wij dat de AFM steeds kritischer wordt op adviestrajecten waar adviseurs juist helemaal geen aandacht besteden aan de mogelijkheid van overlijden, werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. Samengevat: zowel te veel als te weinig verzekeren heeft naar onze waarneming de volle aandacht van de AFM. Zowel DNB als AFM geven blijk zorg te hebben dat de prijzen van huizen in de komende tijd kunnen dalen. Juist dan ontstaan er bij calamiteiten schrijdende situaties wanneer mensen bijvoorbeeld arbeidsongeschikt worden, geen betalingsbeschermer hebben, hun woonlasten niet meer kunnen betalen, het huis verkocht moet worden, en de consument met een restschuld blijft zitten.


Informatie over bestaande voorzieningen is nodig om een passend advies te kunnen geven. Het is dus van belang dat voor de klant duidelijk is welke gegevens hij moet meenemen naar het adviesgesprek, zoals bijvoorbeeld gegevens over (collectieve) voorzieningen via zijn werkgever. Als hij daar zelf niet meer over beschikt, dan zou hij die gegevens vóór het adviesgesprek nog kunnen opvragen bij zijn werkgever. De werkgever moet die gegevens kunnen verschaffen aan de werknemer.


De HOP is bedoeld om hypotheeklasten af te dekken. Het is geen inkomensverzekering.


Het is verstandig om dit nadrukkelijk met de klant overeen te komen. Belangrijke nazorg is bijvoorbeeld het periodiek onderzoeken of de dekking nog steeds beantwoordt aan de actuele behoefte. Verzekerde bedragen kunnen in de loop der tijd te laag worden of juist te hoog. Maar uiteraard is er voor de adviseur ook een belangrijke taak weggelegd indien de klant een beroep moet doen op de polis ivm werkloosheid/arbeidsongeschiktheid of overlijden. Maar ook bij mutaties of tijdelijke financiële problemen, waardoor de verzekerde de premie van de betalingsbeschermer misschien niet kan of wil betalen, kan de adviseur belangrijke toegevoegde waarde hebben.


De breedte van het aantal aanbieders waar de adviseur zich op oriënteert hangt af van hetgeen in de dienstenwijzer staat. Op zich zelf verzet de wet zich niet tegen de mogelijkheid dat de adviseur in zijn dienstenwijzer aangeeft dat hij zich bij betalingsbeschermers slechts oriënteert op één aanbieder. Meldt hij echter in zijn dienstenwijzer dat hij een “objectief adviseur” is, dan zal hij zich op een reëel deel van de relevante aanbieders moeten oriënteren. Dat betekent niet dat hij bij meerdere aanbieders offertes moet opvragen. Maar bijvoorbeeld wel dat hij de software waarmee meerdere aanbieders vergeleken worden gebruikt. Ook is het prima om bijvoorbeeld periodiek de markt te onderzoeken en op grond van dit onderzoek een short list te maken van aanbieders waarmee wordt samengewerkt tot aan het moment dat er een nieuw onderzoek wordt uitgevoerd. Kern is dat de consument vooraf een reëel beeld moet hebben hoe breed de adviseur de markt onderzoekt om voor de klant een goed aanbod te vinden.


Veel van de kritiek is gebaseerd op onwetendheid. De gedachte is dat een adviseur in een half uur een betalingsbeschermer afsluit en hiervoor een riante beloning ontvangt. Cardif heeft het initiatief genomen om het hele adviestraject uit te schrijven dat een adviseur moet doorlopen om te komen tot een verantwoord advies rondom betalingsbeschermers. Iedereen die de moeite neemt om dit boekje door te nemen zal niet meer zo snel oordelen dat betalingsbeschermer overbodige producten zijn of dat adviseurs buitensporig worden beloond. De kern van het antwoord op kritiek is dus dat wij zelf beter over ons vak moeten communiceren.


Of iets nu wel of niet vaak via de werkgever is afgedekt is niet relevant. Het enige wat telt is de klant die u voor u heeft. Voor die klant moet u vaststellen of hij wel of niet gebaat is bij een betalingsbeschermer. Daar gelden geen algemeenheden voor. Dat is maatwerk. En daarom heeft u zo een mooi vak.


Provisie heeft per definitie een element van solidariteit in zich. Niet elke klant leidt tot dezelfde noodzakelijke inspanningen. Wilt u altijd per klant, per tijdsperiode de juiste beloning ontvangen, dan moet u op uurvergoeding werken. Maar de meeste klanten zullen dit waarschijnlijk niet willen.


De adviseur kiest bij Cardif zelf zijn provisie en maakt die transparant naar zijn klant. Er kan dus geen sprake zijn van bovenmatige beloning.


Als het doel is om de hypotheeklasten af te dekken, dan is de HOP een prima alternatief voor een AOV. Als het doel is om puur inkomensverlies af te dekken dan is een AOV geschikter.


Het is om te beginnen verstandig om nadrukkelijk met de klant overeen te komen wat er onder nazorg wordt verstaan (zie ook vraag 9). Wat betreft de financiële afspraken hierover: de exacte afsluit- en doorlopende beloning moet transparant zijn voor de klant voordat het product tot stand komt. Zie de provisietransparantieregel uit artikel 58 BGFO. Hoewel het (nog) niet wettelijk verplicht is voor betalingsbeschermers, is het aan te bevelen om ook reeds in de oriëntatiefase middels het dienstverleningsdocument informatie te geven over de wijze van beloning en de beloningsbandbreedtes bij betalingsbeschermers. Zie de AFM Leidraad dienstverleningsdocument. Voor hypothecaire kredieten en complexe producten is dat overigens wel wettelijk verplicht. Zie artikel 149b BGFO.


Ja. Uit Feedback statement Consultatie leidraad passende provisie financiële dienstverleners van de AFM:

Provisiedifferentiatie
Een aantal respondenten vraagt de AFM te verduidelijken in welke gevallen provisiedifferentiatie mogelijk is. Een respondent geeft aan dat provisiedifferentiatie mag leiden tot gunstigere voorwaarden.

Verder vraagt een respondent zich af wat de verhouding is met de indicator dat de provisie gerelateerd moet zijn aan de gemaakte kosten en inspanningen. Mag een bemiddelaar een marktconforme provisie ontvangen die niet in relatie staat met gemaakte kosten en inspanningen; mag met andere woorden efficiency worden beloond?

Reactie AFM:
De AFM stelt voorop dat differentiatie in provisie mogelijk is. Een tussenpersoon die een meer dan gemiddelde inspanning moet leveren om voor een cliënt een overeenkomst tot stand te laten komen, mag hiervoor een hogere provisie van een aanbieder ontvangen dan wanneer de inspanning die wordt geleverd lager dan gemiddeld is. De hogere kosten kunnen ook worden veroorzaakt doordat de tussenpersoon hoogopgeleid personeel in dienst heeft of op een duurdere lokatie zit.

Als ‘gunstigere voorwaarden’ van de aanbieder worden veroorzaakt door een verschil in efficiency van de tussenpersoon, is de AFM van oordeel dat differentiatie in provisie mogelijk is. Dit brengt met zich dat er niet direct een één-op-één-relatie zal zijn tussen de provisie en de kosten en de inspanning.

Bij verschillen in provisies zullen partijen wel alert moeten zijn op wat gebruikelijk is in de markt. Indien als gevolg van differentiatie in provisie namelijk afbreuk wordt gedaan aan de verplichting van de FD-er om zich in te zetten voor de belangen van de cliënt, is de provisie niet toegestaan.

Naar aanleiding van de reacties is de leidraad in voorbeeld 2 van hoofdstuk 6 aangepast en verduidelijkt.


De AFM heeft de leidraad passende provisie uitgebracht. Deze kunt u (gratis) op de site van de AFM downloaden. U heeft daar uitgebreide informatie hoe u zelf kunt bepalen of een bepaalde provisie wel of niet passend is. Passend is gerelateerd aan de inspanning die u doet. Adviseert u excellent, dan mag u een hogere honorering ontvangen dan wanneer uw inspanningen zeer beperkt zijn.


U bent aardig op weg. Wat vooral belangrijk is dat u de klant heel helder schets wat de consequenties kunnen zijn van het feit als hij uw advies niet opvolgt. In uw voorbeeld kunnen in het slechtste geval de consequenties zijn: klant raakt arbeidsongeschikt, klant kan hypotheeklasten niet betalen, schulden lopen op, klant moet woning uit, klant moet naar huurwoning, woning wordt door bank verkocht, opbrengst woning is minder dan schuld klant, klant houdt restschuld. De klant hoeft uw advies niet op te volgen. Maar u moet de klant aantoonbaar erop wijzen dat hij inderdaad afwijkt van uw advies en hem ondubbelzinnig wijzen op de consequenties.


Door verschillende scenario’s door te nemen met de klant, zodat de klant het risico begrijpt en daar een mening over kan vormen. En door WIA-instroomgegevens paraat te hebben.


Indien u geen provisie geniet, maar een rechtstreekse beloning van de klant dan is artikel 149a niet van toepassing. De Wft toetst dus niet of een direct van de klant verkregen beloning wel of niet bovenmatig is. U heeft wel met het civiele recht te maken. Stel dat u een afspraak maakt met een klant voor een exorbitante directe beloning die de klant direct aan u betaald, dan is weliswaar artikel 149a Bgfo niet van toepassing. Maar mogelijk dat er aan de zijde van de klant sprake is van dwaling, bedrog, misleiding, oplichting of iets dergelijks, De klant heeft dan toch middelen om deze afspraak te corrigeren.


U kunt voorafgaand aan het afsluiten van de betalingsbeschermer de klant volledig informeren over de volledige beloning die u gedurende de hele beoogde looptijd van de betalingsbeschermer ontvangt en daarbij aangeven wat u aan afsluitprovisie ontvangt, aan doorlopende provisie en over hoeveel jaar u deze doorlopende provisie ontvangt.


Het is een verplichting om de gevolgen van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en overlijden te bespreken en te analyseren. Dat betekent niet automatisch dat er een betalingsbeschermer moet worden geadviseerd.


De vraag is niet helemaal duidelijk. Maar wanneer ik deze vraag zo mag verstaan dat u vraagt of wanneer de klant bij een ander intermediair een post heeft gesloten en vervolgens aan uw adviezen of begeleiding vraagt, of het dan is toegestaan om uw kosten aan de klant in rekening te brengen, is het antwoord ja. Niemand kan van u verwachten dat u gratis gaat werken terwijl uw collega die niets doet wel een beloning ontvangt. Wat wel van belang is dat u, voordat u uw werkzaamheden aanvangt, duidelijke afspraken met de klant maakt dat u kosten in rekening brengt en de klant hiermee akkoord is. U mag de klant dus niet overvallen met een nota, nadat u uw werkzaamheden heeft afgerond zonder dat u vooraf de klant heeft geïnformeerd dat u kosten in rekening zou brengen.


Koopsompremiebetaling en maandpremiebetaling zijn beiden toegestaan. Welke betalingswijze voor de ene klant het meest voordelig is, hangt af van zijn specifieke situatie. Voor de afsluit- en doorlopende provisie geldt de passende provisieregel (inducementnorm) en de provisietransparantieregel. Zie de artikelen 149a respectievelijk 58 BGFO.


Die passende oplossing wordt bepaald door de concrete situatie en het klantprofiel.


U zult toch moeten proberen uit te leggen waarom u vindt dat dit onderwerp toch in het belang van de klant is. Indien de klant u niet in staat stelt om op goede wijze te adviseren, dan is een optie dat u afziet om de klant te adviseren. Gaat dit u te ver dan denk ik dat het verstandig is om schriftelijk vast te leggen dat u de klant heeft gewezen op de wenselijkheid dat u in uw advies aandacht schenkt aan calamiteiten als arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en overlijden, maar de klant nadrukkelijk heeft aangegeven hier geen advies over te willen hebben. Het is belangrijk dat u de klant heel duidelijk wijst op de risico’s die hij neemt door u niet in de gelegenheid te stellen hierover te adviseren. Nogmaals, het beste is om dan af te zien van het geven van advies.


Indien u een rechtstreeks een bedrag in rekening brengt aan de klant en deze dit bedrag ook rechtstreeks aan u betaalt, (dus niet via een opslag op de premie) dan bent u vrij om te rekenen wat u wilt en wat de klant bereid is te betalen. Artikel 149a Bgfo is niet van toepassing op directe beloning. Stel echter dat u een afspraak maakt met een klant voor een exorbitante directe beloning die de klant direct aan u betaald, dan is weliswaar artikel 149a Bgfo niet van toepassing. Maar mogelijk dat er aan de zijde van de klant sprake is van dwaling, bedrog, misleiding, oplichting of iets dergelijks, De klant heeft dan toch middelen om deze afspraak te corrigeren.



Download handleiding

De Betalingsbeschermer passend geadviseerd. Handleiding door bureau D&O. U kunt de herziene publicatie, geschreven door Dhr. Jurjen Oosterbaan, nu DOWNLOADEN >

handleiding

#bgfo #provisieverbod Tweets

wikkelaman (Wikke Laman)

Zelfstandige & actieve verkopers gezocht (op provisie-basis) Contact: info [at] http://t.co/33lQfmKP http://t.co/COemzKxm @wikkelaman

by wikkelaman (Wikke Laman) 3 uur geleden

Meld u aan

Deze Linkedin groep is bedoeld om kennis en opinies te delen met het oog op de nieuwe regels en begrippen.

linkedin_group_button

Over deze website

Deze website, een initiatief van verzekeringsmaatschappij BNP Paribas Cardif, helpt u bij de praktische invulling van BGFO2. Met nieuws, informatie en uitleg over de regels en begrippen.

Lees meer >