Woordenlijst
adviesregel
(zie artikel 4:23 Wft); De adviesregel beschrijft de zorgplicht van de adviseur. De adviseur moet een klantprofiel opstellen, waarin hij informatie opneemt over de financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van zijn klant, voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor zijn advies. De adviseur moet zijn advies baseren op het klantprofiel. Hij moet de overwegingen die ten grondslag liggen aan zijn advies toeichten aan zijn klant, zodat die zijn advies begrijpt. Betalingsbeschermers waren vrijgesteld van de adviesregel, maar die vrijstelling is op 1 juli 2008 komen te vervallen. Sindsdien geldt de adviesregel dus ook voor betalingsbeschermers.
betalingsbeschermer
Verzekering ter dekking van het risico dat de verzekeringnemer betalingsverplichtingen uit hoofde van een overeenkomst inzake krediet niet kan nakomen. In de toelichting bij het Bgfo staat: “Onder de definitie van betalingsbeschermer vallen verzekeringen ter dekking van het risico dat verband houdt met de nakoming van betalingsverplichtingen uit hoofde van een overeenkomst inzake consumptief- en/of hypothecair krediet. Een groot aantal soorten verzekeringen kunnen onder deze definitie vallen. Er kan bijvoorbeeld worden gedacht aan verzekeringen tegen het geheel of gedeeltelijk wegvallen van het inkomen of de inkomsten van een cliënt door arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, overlijden of een combinatie van deze dekkingen die in samenhang met een overeenkomst inzake krediet worden gesloten. In de praktijk zal een verband tussen de verzekering en de overeenkomst inzake krediet aanwezig zijn omdat deze op hetzelfde moment worden aangeboden, geadviseerd of afgesloten. Indien de verzekering niet op hetzelfde moment wordt aangegaan of aangeboden, is het toch denkbaar dat uit de omstandigheden van het geval – bijvoorbeeld de doelstelling van de cliënt of de intentie van de financiële onderneming – toch een verband met een overeenkomst inzake krediet kan worden aangenomen. Een arbeidsongeschiktheids-, werkloosheids- of overlijdensrisicoverzekering die geen enkel verband houdt met een overeenkomst inzake krediet wordt niet onder het begrip betalingsbeschermer begrepen. Dit betekent dat «losse» verzekeringen niet onder de reikwijdte van de artikelen 58 en 149a worden gebracht. Om aan te kunnen tonen dat de verzekering of de verzekeringen niet ten behoeve van de nakoming van betalingsverplichtingen uit hoofde van een kredietovereenkomst is of zijn aangegaan is het raadzaam om dit in het adviesproces, de overeenkomst of polis vast te leggen.”
complex product
(zie artikel 1 sub d Bgfo); Complexe producten zijn financiële producten waarvoor geldt dat de aard, de gevolgen en de risico’s van het product niet goed te overzien zijn voor de gemiddelde klant. De limitatieve lijst met complexe producten is opgenomen in artikel 1 sub d Bgfo.
customer agreed remuneration
Customer Agreed Remuneration (CAR) is een beloningsmodel waarbij klant en tussenpersoon een expliciete schriftelijke afspraak maken over de beloning voor de tussenpersoon. Het begrip CAR vind je niet terug in wet- of regelgeving, maar wel in Position Papers van het Verbond van Verzekeraars. Mits juist vormgegeven en toegepast, wordt CAR beschouwd als ‘verschaffing van provisie door of namens de cliënt’ en daarom uitgezonderd van de inducementnorm (zie artikel 149a Bgfo).
dienstverleningsdocument
(zie artikel 149b Bgfo & AFM Leidraad Dienstverleningsdocument juni 2009); Dit is een informatiedocument waarmee een klant in de oriëntatiefase inzicht wordt gegeven in de beloningswijze en beloningsbandbreedte van een adviseur of bemiddelaar per productsoort. De verplichting tot het verstrekken van een dienstverleningsdocument geldt voor complexe producten en hypothecair krediet, maar (nog) niet voor betalingsbeschermers. Overigens adviseert de AFM wel (in haar Leidraad Dienstverleningsdocument) om ook betalingsbeschermers op te nemen in het dienstverleningsdocument.
inducementnorm
(zie artikel 149a Bgfo & AFM Leidraad Passende Provisie Financiële Dienstverleners); De inducementnorm oftewel passende provisieregel schrijft aanbieders, bemiddelaars en adviseurs voor dat provisies bij complexe producten, hypothecair krediet, betalingsbeschermers en uitvaartverzekeringen passend moeten zijn. Dit betekent in ieder geval dat voor de klant nadelige prikkels, die van provisies kunnen uitgaan, zijn weggenomen. Ook moet de provisie transparant worden gemaakt aan de klant. Daarnaast is vereist dat provisie postgerelateerd is (bonussen en schapvergoedingen zijn dus verboden). De inducementnorm is niet van toepassing als de provisie door of namens de klant wordt verschaft of als de bemiddelaar of adviseur de provisie 1-op-1 doorbetaalt aan de klant.
klantprofiel
(zie artikel 4:23 lid 1 sub a Wft); In het klantprofiel neemt de adviseur informatie op over de financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van een klant, voorzover dit redelijkerwijs relevant is voor een advies.
kwalitatieve kostenverklaring directe aanbieders
(zie artikel 58 lid 3, 4 en 5 Bgfo); Dit is een verplichting voor directe aanbieders van complexe producten, hypothecair krediet, betalingsbeschermers en uitvaartverzekeringen om voorafgaand aan de overeenkomst een schriftelijke verklaring af te geven aan de klant waarin wordt gemeld dat de kosten voor de verkoop, distributie en advisering zijn verwerkt in de prijs van het product. Hiermee wordt de klant duidelijk gemaakt dat de verkoop, distributie en het advies bij een direct kanaal niet gratis zijn.
kwantitatieve kostenverklaring directe aanbieders
(zie artikel 59a Bgfo); Dit is een verplichting voor van complexe producten en hypothecair krediet om voorafgaand aan de overeenkomst een klant te informeren over de totale prijs van het product, inclusief alle bijbehorende kosten. In geval van complexe producten en hypotheken met een opbouwcomponent moeten de kosten nader worden gespecificeerd. Hiermee krijgt de klant beter inzicht in de kosten van dergelijke producten en de invloed daarvan op de inleg of premie, het rendement en het uiteindelijk opgebouwde vermogen, of de uitkering als het een verzekering betreft. De consument is hierdoor beter geïnformeerd en kan een weloverwogen keuze maken voor een bepaald product. Ook zorgt deze verplichting voor een gelijker speelveld tussen directe aanbieders en aanbieders die gebruik maken van het intermediaire kanaal. Voor het intermediaire kanaal gold namelijk de provisietransparantieregel al.
passende provisieregel
zie inducementnorm
provisie
(zie artikel 1:1 Wft en AFM Leidraad Passende Provisie Financiële Dienstverleners); Provisie is in de Wft gedefinieerd als: ’beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, voor het bemiddelen of adviseren ter zake van een financieel product of het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst’. In haar Leidraad hanteert de AFM een ruimer provisiebegrip, namelijk: ‘beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, die enige afhankelijkheid heeft van of relatie met het bemiddelen of adviseren terzake van een financieel product of het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst’. De AFM wil hiermee oneigenlijke ontwijkroutes voorkomen.
provisiebalansregel/terugboekplicht
(zie artikel 150 en 151 Bgfo); De provisiebalansregel schrijft de (balans)verhouding voor tussen afsluit- en doorlopende provisie bij complexe producten en hypothecair krediet. Daarnaast verplicht de balansregel tot een evenredige uitbetaling van de doorlopende provisie. De terugboekregel geeft aan dat de afsluitprovisie na vijf jaar volledig is verdiend en dat de afsluitprovisie bij voortijdige beëindiging binnen de eerste vijf jaar van de looptijd evenredig dient te worden terugbetaald aan de aanbieder.
provisietransparantieregel
(zie artikel 58 lid 1, 2, 4 en 5 Bgfo); De provisietransparantieregel houdt in dat een bemiddelaar van een complex product, hypothecair krediet, betalingsbeschermer of uitvaartverzekering voorafgaand aan de overeenkomst naar de klant toe communiceert wat de hoogte van de provisie is en bij doorlopende provisie ook het aantal termijnen. De provisie over de gehele distributieketen moet transparant worden gemaakt, dus bijvoorbeeld ook de provisie die een tussenschakel (zoals een serviceprovider) ontvangt.

